Mantelzorg

Waarover gaat het ?

De ‘volledig werkloze die mantelzorg verleent’ kan op zijn vraag vrijgesteld worden van een reeks verplichtingen.

Mantelzorg wordt omschreven als het effectief, doorlopend en regelmatig verlenen van:

  • palliatieve zorg;
  • zorg aan een gezinslid dat, of aan een bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad die, zwaar ziek is;
  • zorg aan een gehandicapt kind dat jonger is dan 21 jaar.

Verklaring op eer

De vraag om vrijstelling moet vooraf op het werkloosheidsbureau toekomen en moet een verklaring op eer bevatten waarin de werkloze zich ertoe verbindt dat hij de zorg effectief zal verlenen.

Er zijn ook attesten vereist:

  1. een medisch attest waarin vermeld wordt dat de met naam genoemde persoon palliatieve zorg of zorg als zware zieke nodig heeft;
  2. een attest dat aantoont dat het kind een aandoening heeft die voor gevolg heeft dat er minstens 4 punten worden toegekend in pijler I van de medisch-sociale schaal, in de zin van de reglementering op de kinderbijslag.

De opvolgingsprocedure voor het actief zoekgedrag naar werk wordt opgeschort tijdens de periode waarin de werkloze een vrijstelling voor mantelzorg geniet. Let wel: het wijzigings-KB bepaalt uitdrukkelijk dat eenzelfde toestand geen aanleiding kan geven tot de gelijktijdige toekenning van een vrijstelling aan meerdere werklozen.

Vrijstelling

De vrijstelling wordt toegekend voor 1 tot 2 maanden per persoon die palliatieve zorg nodig heeft. In de andere gevallen is dat 3 tot 12 maanden per aanvraag.

Bij een vrijstelling van 1 maand bij palliatieve zorg is een ononderbroken verlenging met 1 maand mogelijk.

Bij de andere vrijstellingen is een ononderbroken verlenging met 3 tot 12 maanden mogelijk. Deze verlenging is hernieuwbaar, maar de vrijstelling mag nooit langer dan 48 maanden duren.

De vrijstelling kan stoppen, zelfs vóór het verstrijken van de minimumtermijnen, wanneer:

  • de feitelijke situatie die aanleiding gaf tot de vrijstelling door een niet-voorziene gebeurtenis niet langer bestaat;
  • een geneesheer die door het beheerscomité voor het werkloosheidsbureau werd aangesteld, heeft vastgesteld dat het attest er niet toe leidt dat de genoemde persoon palliatieve zorg of zorg als zware zieke nodig heeft. De geneesheer kan bijkomende inlichtingen inwinnen bij de geneesheer die het attest heeft opgesteld.
Laatste aanpassing: 03/10/2017